Steeds vaker worden geluiden geuit in de richting van uitholling van het beroep makelaars. Sinds de vrijgave van het beroep in 2001 in Nederland en vele andere Europese landen wordt door menigeen een neerwaartse spiraal gezien  in de kwaliteit van de beroepsbeoefenaars. Ook de opkomst van internet met websites als funda.nl (van de NVM), jaap.nl en anderen wordt door velen gezien als verdere afkalving van het exclusieve werkterrein van de makelaars. Immers alle informatie is openbaar beschikbaar, er is geen makelaar meer nodig voor het vinden van aanbod en het kadaster verstrekt via allerlei kanalen de historische koopsommen van particulier vastgoed. Op Europees niveau is men echter de wildgroei aan makelaars en amateuristische bemiddelaars zat.

Europa bepaalt de standaard in de Nederlandse makelaardij

Eind 2009 is door een Europese commissie een eerste versie opgesteld van overkoepelende Europese wetgeving voor de makelaardij (EN 15733).  Doel van de wetgeving is het vastleggen van minimale eisen aan enerzijds kwaliteitseisen voor makelaars, via diploma`s, lidmaatschappen en aansprakelijkheid en anderzijds de verstrekte informatie aan consumenten via het opleggen van verregaande informatieplicht bij verkoop, bemiddeling of advisering in particulier vastgoed.

De opgestelde regels zijn door de EU duidelijk en helder verwoord in de Europese Norm voor makelaars, de EN 15733. Hierin is vastgelegd welke informatie minimaal verstrekt moet worden, op welke wijze deze verstrekt moet worden en op welk moment. Daarnaast is vastgelegd dat indien bepaalde informatie niet voorhanden is, dit duidelijk en vooraf moet worden gemeld.

De rechten en plichten van een opdrachtgever

Nieuw is de positie van de aankopende makelaar in deze wetgeving. Het lijkt er op dat de EU de in Nederland bekende informatie en onderzoeksplicht verder wil verdiepen. Vooral de informatieplicht lijkt te worden verzwaard. Het in de commercie bekende “don`t ask don`t tell”, is er niet meer bij. De aankopende makelaar moet zijn kopende klant op tijd en juist informeren over prijzen, plaatselijke belastingen, afmetingen maar ook eigendomsbewijs van verkoper, kadastrale kaart bestemmingsplannen enz. Zelfs een schriftelijke aankoopopdracht waaruit blijkt op welke courtage de consument moet rekenen is niet vergeten.

De rommelende makelaar is verleden tijd.

Rommelen en ritselen is verleden tijd. De gehele regelgeving is doorspekt met het regelen van vastlegging van afspraken in schriftelijke stukken. Zonder een schriftelijke opdracht geen handel meer. Ook zonder fatsoenlijke opleiding verzekering en lidmaatschappen wordt het de professionele makelaar onmogelijk gemaakt om nog zaken te doen. Hiermee wordt de vrijgave van het beroep makelaar feitelijk weer terug gedraaid.

Blijft de makelaar nodig?

De enorme uitgebreidheid van de regelgeving aangaande te leveren informatie, schriftelijke vastlegging en opsomming van rechten en plichten maakt het de makelaar niet makkelijker.  Wel zal een nieuwe standaard ontstaan over te leveren informatie die de gemiddelde particulier niet op kan brengen. Het lijkt er dan ook op dat er twee soorten makelaars gaan ontstaan.

De informatieve makelaar, die niets anders doet dan het verzamelen van informatie aangaande een te kopen of verkopen object waarna een soort “bidbook” ontstaat van het te kopen object.

De praktische makelaar die naast het verzamelen van de gegevens van een object ook daadwerkelijk meegaat en de gehele aan/,-  verkoop van een object.

Hiermee wordt het voor een consument enerzijds makkelijker zelf een woning aan te kopen door alleen de vereiste informatie op te vragen. Anderzijds zal de overvloed aan informatie leiden tot onzekerheid bij consumenten die de hoofdzaken niet meer van de bijzaken kunnen scheiden.

Blijft een makelaar noodzakelijk? of wordt deze overbodig? U mag het zeggen.

Comments are closed.